Als je het notebook gepland (scheduled) wilt uitvoeren, moet je vooraf een Environment aanmaken waarin de benodigde packages zijn opgenomen. Het commando %pip install wordt in Fabric namelijk alleen ondersteund wanneer het notebook handmatig wordt uitgevoerd.
Environment aanmaken in Fabric
Volg onderstaande stappen om een Environment aan te maken:
- Klik in de Fabric workspace op ‘+ New item’ en kies Environment (in de Nederlandstalige versie: Omgeving).
- Geef de environment een naam, bijvoorbeeld EnvironmentTwinfield, en klik op Create.
- In de environment kun je diverse standaardinstellingen voor notebooks configureren. We beperken ons in deze handleiding tot het toevoegen van de Fabric Connector. Ga naar ‘External repositories’ en klik op ‘Add library’.

- Selecteer de optie Pip, type de naam
fabricconnectorin, selecteer de hoogste beschikbare versie en klik op Add. 
- De Fabric Connector wordt nu aan de lijst toegevoegd.
- Klik op rechtsboven op Save
- Klik daarna op Publish en volg de stappen op het scherm
Het publiceren van een environment kan ongeveer 5 minuten duren. Wacht tot het publiceren volledig is afgerond voordat je verder gaat met de volgende stap.
Environment gebruiken in notebook
Zodra de environment succesvol is gepubliceerd, kun je deze koppelen aan je notebook zodat alle instellingen en libraries automatisch worden gebruikt tijdens het uitvoeren van het notebook.
Volg onderstaande stappen om de Environment in te stellen:
- Open de notebook vanuit de Fabric Workspace
- Klik bovenin het notebook op de Environment-dropdown en kies ‘Change Environment’

- Selecteer de zojuist aangemaakte environment in de lijst en klik op Confirm

- Je ziet nu dat de geselecteerde environment bovenin het notebook wordt weergegeven.
Fabric gebruikt vanaf nu deze environment wanneer het notebook wordt uitgevoerd.
Schedule instellen in notebook
De laatste stap is het instellen van een schedule, zodat notebooks automatisch op vaste tijdstippen worden uitgevoerd. Houd er rekening mee dat elke run Fabric capacity units verbruikt, wat betekent dat vaker refreshen hogere Fabric kosten met zich mee brengt.
- Maak een eerste notebook voor de full‑refresh tabellen en ververs deze 1× per dag.
- Maak een tweede notebook voor de incrementele tabellen, die je meerdere keren per dag kunt verversen.
- Maak een derde notebook voor weinig veranderende data, die je 1× per week of maand ververst.
Als je ervoor kiest om de Fabric capacity te pauzeren, zorg er dan voor dat deze actief is op de tijdstippen waarop de refreshes gepland staan.
Per notebook stel je een schedule in. Klik op de knop […] op de regel van de notebook en kies Schedule.
![]()
Klik op ‘+ Add schedule’. We adviseren om Weekly te kiezen, zodat je per dag van de week specifieke tijdstippen kunt instellen. Bijvoorbeeld:
![]()
Je kunt per notebook meerdere schedules instellen, zodat je per dag van de week een verschillend refreshpatroon kunt hanteren, afhankelijk van de wensen. Bijvoorbeeld verschillende tijden op dinsdag t/m donderdag, en een ander patroon op maandag en vrijdag, of in het weekend.
![]()