Bij het initialiseren van een nieuwe run controleert de notebook automatisch of de laatste versie van de Fabric Connector wordt gebruikt. De uitkomst hiervan wordt weergegeven onder de cel, direct nadat deze is uitgevoerd.
![]()
Als je de notebook handmatig runt met het commando %pip install fabricconnector --quiet dan wordt altijd de laatste versie gebruikt. Met het commando %pip install fabricconnector --upgrade kun je indien gewenst een update forceren.
Updaten Environment
Wanneer je een Environment gebruikt om de Fabric Connector beschikbaar te maken voor je notebooks, moet je bij een nieuwe release van de connector het versienummer van de library in de Environment bijwerken. Dit zorgt ervoor dat scheduled runs en andere processen automatisch de juiste versie gebruiken.
Volg onderstaande stappen om een Environment te updaten:
- Ga naar de Fabric workspace en open de Environment
- Ga naar ‘External repositories’ en klik op Edit op de regel van de fabricconnector

- Pas de version aan en klik op Save
- Als je niet weet wat de laatste versie is, dan kun je ook de regel ‘fabricconnector’ verwijderen en daarna opnieuw toevoegen. Bij het opnieuw toevoegen wordt automatisch de laatste beschikbare versie geselecteerd.

- Klik op rechtsboven op Save
- Klik daarna op Publish en volg de stappen op het scherm
Het publiceren van een environment kan ongeveer 5 minuten duren. Wacht tot het publiceren volledig is afgerond voordat je verder gaat met het runnen van een notebook.